De tegenwoordige tijd

of - in de tegenwoordigheid van tijd

Door Ruud Koreman

Tegenwoordig vinden we het helemaal niet vreemd om iemand – of in geval van Alice ‘iets’ – te horen zeggen: “Ik kom nog te laat.” Tijdsdruk is zo bepalend voor ons leven dat de klok, die we toch zelf hebben uitgevonden, onze dagen regeert alsof het een deel van ons wezen is. Maar in niet-westerse culturen wordt tijd soms heel anders beleefd, zoals de droomtijd van de aboriginals. Wat is tijd dan? Is het feit of fictie, is het een absoluut gegeven of afhankelijk van onze persoonlijke en culturele ervaring? Heeft tijd enige betekenis voorbij de grenzen van deze planeet? Ruud Koreman onderzoekt al jaren dit soort grote filosofische vraagstukken en de invloed ervan op ons leven en onze maatschappij. In het volgende artikel wordt de lezer, op soms onverwachte wijze, meegenomen voorbij de nevelen die het begrip tijd omhullen.

En Alice vond het ook niet erg buitensporig om het konijn tegen zichzelf te horen zeggen: “O jee, o jee, ik kom nog te laat.”
uit: Alice in Wonderland, Lewis Carroll

Tijd verdeelt ons bestaan in tweeën, in onze toekomst en ons verleden, waarbij de tegenwoordige tijd – het nu – fungeert als de ‘bottleneck’ waar de mogelijkheden van de toekomst uitkristalliseren tot de feiten van het verleden en waar wat zou kunnen zijn, wordt tot wat is. Zonder deze tweedeling zou alles in het nu bestaan en alles wat mogelijk is zou dus tegelijk gebeuren. Dan zouden we tegelijkertijd jong en oud zijn, alleenstaand en getrouwd, gelukkig en ongelukkig. Er zou geen ruimte zijn om je eigen weg te kiezen, geen gelegenheid om zelf te bepalen welke van je toekomstige mogelijkheden je wilt realiseren. Er zou geen vrije keuze zijn, want je zou alles tegelijk zijn. Zonder tijd dus geen vrijheid.

Kinderen hebben een ander besef van tijd dan volwassenen, jongeren willen de tijd versnellen en zo snel mogelijk volwassen zijn, mensen van middelbare leeftijd willen meer tijd en ouderen willen vaak terug in de tijd. Bijna niemand is tevreden met ‘zijn tijd’ en zou er alles voor over hebben om de tijd te manipuleren in zijn vermeende voordeel. Maar als er één ding is in deze wereld waar we geen invloed op kunnen uitoefenen dan is het wel tijd. Rijken noch armen kunnen de tijd veranderen, het is niet omkoopbaar, niet voor rede vatbaar, het kan niet worden bedrogen. De tijd schrijdt voort en is dus beperkt. Maar de vraag is: “Waarom?”

Laten we eerst de levenloze materie van de aarde bekijken en proberen uit te vinden of een steen ouder wordt. Je kunt constateren dat een steen erodeert en van vorm verandert. Maar dat is nog geen teken van ouder worden of slijtage, zoals een mens die krimpt en krom gaat lopen met het verstrijken van de jaren. Een steen heeft immers geen vaste vormen of patronen. Wetenschappers kunnen aanvoeren dat een bepaald gesteente zoveel miljoen jaar oud is. Maar dat heeft uitsluitend betrekking op de tijd die is verstreken sinds het gesteente is gevormd in de geologische processen van de aarde. De vraag of het gesteente ouder is geworden sinds z’n ontstaan blijft daarmee onbeantwoord. Iets zo levenloos als een steen is zich niet bewust van tijd. Tijd heeft geen enkele betekenis voor een steen. Tijd heeft geen andere invloed op gesteente dan dat het stenen erodeert tot verschillende vormen, zoals een beeldhouwer een stuk rots bewerkt. Een gesteente kan natuurlijk ophouden te bestaan als een specifiek mineraal, smelten en weer uitkristalliseren als een ander mineraal, maar dat gebeurt niet omdat zijn tijd gekomen is, maar als onderdeel van de geologische processen op aarde.

En ervaart een hond tijd? Een hond wordt wel degelijk ouder en gaat een keer dood. Hij ondergaat de invloed van tijd, hij slaapt en kent z’n tijd voor eten, wandelen en spelen. Maar heeft tijd betekenis voor een hond? Zou een hond z’n kluif afstaan om een jaar extra te kunnen leven? Hij zou de propositie niet eens kunnen bevatten en gewoon doorgaan met knagen aan z’n bot. Tijd heeft enerzijds dus grote invloed op het leven van flora en fauna, anderzijds heeft het voor beide net zo min betekenis als voor een steen.

En wat te zeggen over mensen? Zoals eerder opgemerkt zouden de meeste mensen het nodige willen opofferen om controle te verkrijgen over de tijd of om het tenminste een beetje ten gunste van zichzelf te manipuleren. Maar waarom zouden mensen dat willen doen? Het antwoord zit ‘m in het woord ‘willen’, het is omdat we dingen willen. We willen bepaalde taken vervullen of doelen bereiken, iets doen wat telt, of wat het dan ook is dat mensen drijft. En in onze poging om dat te bereiken worden we ons gaandeweg bewust van de economie van het leven (anders dan de economie van de wereld): we hebben maar zoveel tijd om er wat van te maken, pakweg 75 jaar. In onze jonge jaren vinden we het niet erg om dingen uit te stellen, omdat we denken dat er genoeg tijd is; op middelbare leeftijd worden we erg bedrijvig om onze doelen te verwezenlijken en op onze oude dag hebben we de neiging om terug te blikken naar wat al dan niet is bereikt.

Tijd krijgt pas betekenis als men zich bewust is van het belang van de economie die hoort bij een leven met een doel. Tijd heeft geen betekenis voor een steen omdat die zich niets ten doel stelt; ook niet voor een hond omdat die geen besef heeft van een groter doel in het leven. Evenzo zal voor een mens tijd z’n betekenis verliezen als hij weinig (meer) heeft om voor te leven of niet meer betrokken is bij de economie van het leven, wat regelmatig leidt tot een situatie waarin men de dood zelfs verwelkomt.

Maar voor mensen die wensen hebben in het leven speelt tijd wel degelijk een grote rol. Dan tellen we de dagen tot onze verjaardag, de weken tot de volgende vakantie, we vieren ons zoveel jarig huwelijk. En we hebben zoveel te wensen: rijk worden, promotie maken, kinderen krijgen, een wereldreis maken, een nieuwe taal leren ..! Het is onze grootste vrijheid om de tijd die we hebben in te vullen zoals we dat zelf willen. Een mens wordt geboren met een vrije wil, opdat hij/zij zijn eigen keuzes kan maken. Die vrijheid is een geboorterecht en het allergrootste geschenk in het leven. Vandaar het gezegde: “tijd is niet goed of slecht, het hangt er vanaf wat je ermee doet”. ‘Goed’ is als het je dichter brengt bij de doelen in je leven. Zolang we iets te wensen hebben worden we ons gewaar van de tijd die ons rest om dat te bereiken.

Daarom is tijd ook onlosmakelijk verbonden met sterfelijkheid. Want als we niet sterfelijk zouden zijn in ons aardse bestaan zouden we geen tijdsdruk voelen en zou het idee tijd betekenisloos worden. Wat is immers de betekenis van ‘morgen’ als er altijd weer een volgende morgen zal zijn? Het gezegde ‘stel niet uit tot morgen wat ge vandaag kunt doen’ verliest z’n inhoud als je altijd iets kunt uitstellen tot morgen, steeds maar weer, zonder gevolgen. Als de scheppende kracht in dit universum zou willen dat we dingen ondernemen, zou het precies doen wat het dus ook gedaan heeft: het toevoegen van een economische component aan ons leven door ons sterfelijk te maken in ons aardse bestaan en door ons tijd te schenken als een instrument waarmee we onze vorderingen kunnen meten in relatie tot wat we willen bereiken.

Op aarde zouden we onszelf dus beter kunnen omschrijven als menselijke doeners dan als menselijke wezens (wezen hier bedoeld als ‘het zijnde’ of ‘dat wat is’). Want een menselijke doener (in de betekenis van een denkende , een uitvoerende, een sensitieve, een gevoelsmens en een creatieve mens) moet zich rekenschap geven van de beperkingen van tijd, terwijl de term menselijk wezen suggereert dat deze mens reeds is wat hij/zij is. Nu zijn er heel wat religieuze bewegingen die ons vertellen wat we in ons aardse bestaan moeten doen om na onze dood de onsterfelijkheid te bereiken. De boeddhistische leer draagt uit dat men zich moet bevrijden van de drang om iets te willen in dit leven. Op die manier wordt tijd betekenisloos gemaakt in een poging zich al op aarde voortijdig te voegen bij ‘hen voor wie tijd geen betekenis heeft’ – de onsterfelijken. De christelijke en islamitische weg leren dat het belangrijk is om goede daden te verrichten en dat men daarvoor beloond wordt met een leven in het rijk der hemelen.

Wat de doctrine ook moge zijn, elke leert ons dat het belangrijk is iets te vergaren gedurende ons bestaan op aarde wat van een fijnstoffelijkheid is die overeenkomt met de finesse van het domein waar onsterfelijkheid bestaat in dit universum. En om er genoeg van te verzamelen om daarin/daarmee het vergaan van het stoffelijke lichaam te kunnen ‘overleven’. Dit stuk is echter geen betoog over het leven na de dood, maar filosofeert over tijd in relatie tot vrijheid. Het lijkt dan ook zinvol om te eindigen met zowel een suggestie voor hen die geloven in een leven na de dood, als een suggestie voor hen die daar geen waarde aan hechten. Voor de eerste groep is het aan te raden om de tijd op aarde te benutten door uit te vinden wat voor substantie, welke finesse of kwaliteiten vergaard of ontwikkeld moeten worden om de overgang naar een leven na de dood mogelijk te maken en om daar vervolgens genoeg van te verzamelen of ontwikkelen om die onsterfelijkheid te bereiken. En voor hen die niet geloven in een leven na de dood, zou het aan te raden zijn om de beste menselijke doener te worden die men kan zijn in het vervullen van de persoonlijke wensen of doelstellingen, wat die wensen dan ook (in alle vrijheid) mogen zijn.

De kwintessens in het ontdekken van onze (persoonlijke) doelstellingen in het leven zou misschien het best samengevat kunnen worden in de onsterfelijke woorden van Shakespeare: “To be or not to be ... that is the question”.

top of page
Copyright 2001-2019 De Template Stichting, alle rechten voorbehouden.

Deze pagina is geprint d.d. zondag, 17 november 2019
van http://www.templatenetwork.org/topaz/13/nl/06.html

Uw aanmeldingen, brieven, vragen en adreswijzigingen kunt u sturen naar:

Template Stichting
T.a.v. Topaz
Wassenaarseweg 75/210
2223 LA  KATWIJK (ZH)
 
Telefoon: 071 - 514 0152
Telefax: 071 - 514 4382
E-mail: topaz@template.nl
Website: www.template.nl